Het zal u niet ontgaan zijn dat de Nederlandse taal onlangs is verrijkt met een nieuw woord, dat zowel letterlijk als ironisch gebruikt kan worden. Ik heb het natuurlijk over het prachtwoord: Prachtwijk.
Een van de cursussen die ik geef, vindt plaats in een dergelijke prachtwijk, en tijdens zo’n 3 uur taalklas komt dat woord dan ook opvallend vaak – letterlijk en ironisch - langs in mijn hoofd.
Om kwart voor 9 maak ik de deur open van de pastorie waar mijn werkgever een zaaltje heeft gehuurd voor de taallessen. De kerk en bijbehorende pastorie zijn monumentaal oud en voorzien van een tuin voor en een tuin achter, die goed onderhouden worden door vrijwilligers. Omdat ik vroeg ben, neem ik even plaats in de serre om naar de merels in de boom te kijken: Prachtwijk.
De koster komt binnen en vraagt me, of ik wel even kijk wie er voor de deur staat als er zo wordt aangebeld. Er zit voor dit doel een klein raampje in de deur, dat open kan, zodat je bezoekers te woord kunt staan voordat je ze binnenlaat. Onlangs is er iemand naar binnen gekomen die stennis begon te schoppen en in kennelijke staat verkeerde: Prachtwijk.
Verspreid over het eerste half uur komen de cursisten binnendruppelen. Analfabeten en hoger opgeleiden bij elkaar, omdat het eigenlijk twee samengevoegde groepen zijn. Als iedereen er is, vertel ik dat de uren voor sommige cursisten “op” zijn. Ze hoeven niet meer te komen, en ook geen presentielijsten meer te tekenen. Maar als ze willen, kunnen ze blijven komen tot de uren voor alle cursisten op zijn. Ze zijn het er allemaal over eens, dat iedereen gewoon moet blijven komen. Om meer Nederlands te leren en gezellig samen koffie te drinken in de pauze. Prachtwijk.
In de pauze spreek ik op de gang een Amerikaanse cursiste die eigenlijk bijna alleen maar Engels spreekt. Het is in deze stad ook moeilijk om de gewoonte te doorbreken van de autochtonen, om meteen maar over te schakelen op het Engels als er een vermoeden is dat de gesprekspartner Engelstalig van origine is. We spreken over het mooie gebouw, en ook over de pastoor van de gemeente, die mij een vriendelijke man lijkt. Ietwat venijnig merkt de vrouw op, dat die pastoor anders wél de persoon was “die de moslims de kerk binnen heeft gehaald – en we weten allemaal wat daarvan komt”. Prachtwijk.
Een paar weken later is dezelfde cursiste ziek. Ik besluit, tijdens de les te bellen met haar man om te horen hoe het met haar is. Hij spreekt alleen Engels, en dat doe ik dus ook nu, en ik weet dat de aanwezige cursisten dat allemaal niet verstaan. Maar alle ogen zijn op me gericht terwijl ik hem spreek, zo leven ze mee met haar gezondheidsproblemen. Prachtwijk.
Bij mijn vertrek uit de kerk, na afloop van de les, loop ik de pastoor tegen het lijf. Hij stelt zich voor en informeert naar het verloop van de cursus en het welzijn van de cursisten. Ik vertel dat ik soms wat moeite heb met een cursiste die zich – achter hun rug om – laatdunkend uitlaat over moslims. “Des te groter voor ons de uitdaging om te laten zien hoe het ook kan”, merkt hij op met een twinkeling in zijn ogen.
Prachtwijk.
maandag 11 februari 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
1 opmerking:
Wat een positieve en negatieve kanten kan één woord hebben! Een prachtstuk, in de positieve zin van het woord.
Een reactie posten