maandag 23 juni 2008

makkelijk

"Er. zucht.
Ligt. steun.
Poep.
Op.
De. lange stilte.
Stoep."

Jamila, een Alfacursiste van tegen de zeventig, is aan het voorlezen. Ze komt de hele tekst door, afgewisseld met geluiden van een moeizame ademhaling en veel denkwerk.
Aan het eind van de tekst gekomen, kijkt ze me stralend aan en zegt:
"Makkelijk!"

Wat zou ze daar nou mee bedoelen?

vrijdag 20 juni 2008

Verlegen

Verlegen

Van onze fouten leren we het meest, in het leren van een taal is dit niet anders. Om een vreemde taal echt vloeiend te leren spreken, daar gaan jaren overheen. In de tussentijd zullen we honderden "fouten" maken en daar moet je tegen kunnen. Onzekerheid is geen hulp bij het leren van een taal.
Ik had eens een intelligente Oost-Europese mevrouw op privé-les. Er mankeerde weinig aan haar gesproken Nederlands, het was beslist acceptabel. Ze kon ook goed schrijven en las de krant zonder problemen. Haar perfectionisme gebood haar echter, lessen te nemen om “de puntjes op de i te zetten”, zoals ze zelf zei. Die “puntjes” bleken voornamelijk te bestaan uit de juiste woordvolgorde in de bijzin, het woordje “er” en de uitspraak van de “h” aan het begin van een woord. Ze vertelde me, dat ze onzeker werd van het feit dat ze de taal niet accentloos kon spreken.
Zo zitten er nu ook twee vrouwen in mijn groep, met als verschil dat die aan het begin van hun traject zijn en niet aan het einde, zoals de Oost-Europese. Hun Nederlandse woordenschat behelst misschien tweehonderd woorden en daar kun je boodschappen mee doen, maar een gesprek is moeilijk. In de klas laat ik ze toch pogingen doen, om de aanwezige woordenschat te activeren. En om de nieuwe woorden die ze zoeken en omschrijven aan te bieden.
Ilhame vervalt regelmatig in het Frans, waarvan ze lijkt te denken dat ik het moeiteloos versta. Maar mijn schoolfrans is niet toereikend om haar rappe Franse zinnen te kunnen volgen. “Langzaam!” roep ik dan, en voor mij is dat weer een geheugensteuntje: ik spreek waarschijnlijk vaak te snel voor de cursisten, die de meeste woorden toch eerst weer in hun hoofd terugvertalen voordat ze het volgende woord kunnen opnemen.
Maria is kersvers op les, en nog niet lang in Nederland. Bij alles wat ik zeg, gaat ze verlegen giechelen. Als ze zelf iets probeert te zeggen, is het in half Duits, half Nederlands en het kan alleen over concrete dingen gaan, zodat ze het kan aanwijzen of tekenen.
Het doet me weer denken aan een nieuwe leraar Engels die ik in de tweede klas van het VWO kreeg. Deze “mister Marcus” deed de eerste weken in zijn nieuwe baan alsof hij Engelsman was, en de hele school trapte erin. Natuurlijk had onze klas al een jaar Engels gehad in de brugklas, maar als mr. Marcus iets vroeg, was de enige persoon die antwoord gaf, een klasgenootje dat in Engeland op taalkamp was geweest. Ik durfde zelf te antwoorden met “yes” en “no”, de rest van de klas leek helemaal met stomheid geslagen. Na een week of twee, drie vertelde mr. Marcus de waarheid. Kennelijk werkte het niet zoals hij had gehoopt.
Mensen vragen me wel eens hoe ik dat doe, lesgeven aan mensen wier taal ik niet spreek. Dat zou wat zijn! Alle talen spreken van de mensen in mijn klas, dan zou ik nu vloeiend Arabisch, Berber, Bulgaars, Frans, Turks en Farzi moeten spreken.
Taaldocenten hebben daar zo hun trucjes voor. Tekenen en mime blijken onmisbare vaardigheden. Tegen wil en dank ben ik zelf veel aan het woord, en laat ik woorden en zinnen nazeggen. Plaatjesboeken voor kinderen helpen: “de eerste duizend woorden”(Amery en Cartwright) is onmisbaar in een klas met beginners. Een plaatjeswoordenboek is helemaal goed. Het is ook goed om te accepteren dat elke taalleerling een “stille periode” doormaakt voor hij of zij tot spreken overgaat. En, last but not least, humor.

Een collega – taaldocent vertelde me de volgende anekdote:
Aziz, een aantrekkelijke jongeman uit Egypte, was net een week in Nederland toen hij naar een discotheek ging. Van de Nederlandse barman had hij aan het begin van de avond wat pick-up lines geleerd.
Eenmaal op de dansvloer maakte hij al snel oogcontact met een leuk meisje.
“Wil je wat drinken?” vroeg Aziz.
“Straks,” antwoordde het meisje.
“Straks, straks, straks,” repeteerde Aziz terwijl hij naar de bar liep.
Hij had geen flauw idee wat “straks” betekende, dus deed hij bij de barman zijn bestelling:
“Een bier en een straks, alsjeblieft!”
De barman, die de versierpogingen van Aziz al een poosje gadesloeg, lag natuurlijk dubbel.
Gelukkig had Aziz gevoel voor humor, anders had hij de eerste tijd geen Nederlandstalige versierpogingen meer aangedurfd.

woensdag 11 juni 2008

Esperanto

Esperanto

Sevgi is aan het woord:
“Ik gisterenweek rijexamen. En dan ik ziek. Niet halen. Niet ziek, misschien halen.”
De klas knikt meelevend.
Briljant is het eigenlijk, deze taal. “Niet ziek, misschien halen.” Volkomen duidelijk in 4 woorden.
En dan kom ik en ik moet zo nodig in haar schrift schrijven:
“Als ik niet ziek was geweest, dan had ik het misschien gehaald.”
Sevgi lacht, ze is dol op grammatica. Vanavond gaat ze dit zinnetje oefenen met haar Nederlands sprekende man, daar hoef ik niks meer aan te doen.
Maar kunnen we het Nederlands nou niet een beetje makkelijker maken?
Laten we beginnen met alle werkwoordsvormen te vervangen door de infinitief.
Ik begrijp die Esperantisten wel.

dinsdag 3 juni 2008

Lachen (vervolg)

Het beschreven voorval in "Lachen" kreeg nog een vervolg................
In de klas kwam het woord "gierig" aan de orde. Om het begrip uit te leggen of te illustreren, vroeg ik Nadia de mop over de gierige man nog eens te vertellen. Ze sloeg haar handen voor haar gezicht en riep: "Nee, nee!"
Veronderstellend dat het verlegenheid was, spoorde ik haar aan. Maar daar bleek het niet om te gaan, en het was ook wel een beetje dom van mij............ maar Amina, één van de andere cursisten bleek tot dezelfde bevolkingsgroep te behoren als die, waar de mop over gaat! Zoiets als een Belgenmop vertellen terwijl er een Belg bij zit, dat zou ik misschien ook niet doen, en zeker niet op commando!