donderdag 18 september 2008

Duiven en duivels

Duiven en duivels

Op een benauwde donderdagmiddag komen maar 2 van de 6 vrouwen die ik verwacht. Maar als je denkt dat er dan meer of geconcentreerder wordt gewerkt, moet je dat idee meteen bijstellen. De ene heeft haar dochtertje mee, de ander haar zoontje. Reden: het schoolreisje van jongetje kon niet doorgaan omdat vaderlief, die mee zou, zit met een kapotte taxi. En het meisje kan niet naar school: er zijn in een ander stadsdeel net twee islamitische scholen gesloten, waardoor het kind op de wachtlijst terecht is gekomen.
De dames spreken weer eens Arabisch met elkaar in de lestijd. Ik heb dat natuurlijk al vaak uitdrukkelijk verboden, omdat ik niet kan weten of het over de lesstof gaat. En omdat het niet zo leerzaam is, en simpelweg ook niet zo beleefd ten opzichte van mij. Daarom roep ik af en toe maar weer: ‘Nederlands!’ of: ' Waar gaat het over?’ Steevast is: ‘Ja!’ het antwoord.
Het centrum waar de lessen plaatsvinden beschikt gelukkig over lange gangen, dus we vragen de kinderen om ‘buiten’ te gaan spelen. Ze vertrekken met driewieler en poppenwagen. Intussen hebben de dames de naam van hun nieuwe parfums uitgewisseld. Wat alweer meevalt, is dat in elk geval een van hen een woordenboek mee heeft.
Deze groep is van een vorige docent gewend dat er vrijwel alleen uit de methode werd gewerkt. Van mijn taakgerichte opdrachten en leesteksten schrikken ze nog steeds wel eens terug: ' Wat leren wij daar nou van? We hebben nog bijna niet gewerkt!’ "Werken" is voor hen kennelijk synoniem met hun eigen leergang doorploeteren. Ik probeer ze juist bij te brengen dat je Nederlands niet alleen in de les leert, maar van al het authentieke Nederlands dat de hele dag om ons heen is.
Meryem, een strengislamitische vrouw, heb ik laten kiezen uit 3 verschillende teksten. Ze koos een tekst waar “Duiven” boven staat. Als ze halverwege de tekst is, begint er iets te dagen: 'Duiven is niet Satan?’ vraagt ze.
'Nee, duiven zijn die grijze vogels die je zo veel ziet in Amsterdam’, zeg ik.
Op het bord schrijf ik:
1 Duif, 2 duiven.
Duivel = Satan.
De kinderen zijn inmiddels weer binnen gekomen. Met smurfenstemmetjes wordt er gediscussieerd over van alles en nog wat. Hayat, de moeder van het jongetje, merkt op: 'Het gaat goed met de liefde in dit lokaal!'
Zelf leest ze een tekst over een Marokkaanse bruiloft, een artikel uit de Flair met mooie foto's. Toen ik ongeveer 12 teksten verzamelde voor de 6 vrouwen om uit te kiezen, had ik bij deze tekst Hayat in mijn hoofd: romantisch tot op het bot en zeer geïnteresseerd in de jurken, make-up en hennahanden op de foto's.
De volgende keer ga ik proberen een religieus georiënteerde tekst mee te nemen voor Meryem. Misschien iets uit de krant, wat ik zelf kan vereenvoudigen. Of, wie weet, iets over duivels.