dinsdag 27 mei 2008

Hemel en hel

Hemel en hel

Ik heb een groep gevorderden, die dol zijn op discussiëren.
Het lokaal kijkt uit op een aula van een begrafenisonderneming. Vanwege het kleine, benauwde lokaal hebben we meestal het raam open. De vrouwen merken op dat er af en toe een vreemde geur binnenwaait. (Ik ruik niets, maar dat kan aan mij liggen. Ik woon al 17 jaar aan een straat met veel uitlaatgassen, en denk wel eens dat mijn reukvermogen daardoor is afgestompt.) Ze zeggen dat het komt van ' de koelkast waar de dode mensen in liggen' . Ik bied het woord 'koeling' aan.
'Waarom zo lang in de koeling?', vraagt Halina. Bij ons, meteen onder de grond. Schoon, klaar. Gaat stinken anders. Het lichaam schreeuwt: "Ruim me op! Laat me gaan!" ' .
Ik vind dat eigenlijk wel een goede vraag. Even afgezien van mogelijk politieonderzoek na een onnatuurlijke dood (nee hoor, ik kijk niet te veel TV!) , wat zal je 5 dagen later nog afscheid nemen van een lichaam? De persoon, de ziel of hoe je het noemen wilt, is al weg, en daar neem je toch in je hart afscheid van?
Dan waag ik, op te merken dat ik liever heb dat ze mijn lichaam cremeren, dan begraven. Dat vindt Meriem wel vreemd: Als God dan komt om de doden tot leven te wekken, waar is mijn gebeente dan?
Ik leg uit dat ik geloof in reïncarnatie. Het hele concept lijkt wel nieuw te zijn voor Meriem, ik moet het 3 keer uitleggen en nog eens vertellen waarom. Volgens haar, of volgens de islamitische leer, komen er na je dood twee engelen die kijken wat je geloof was en of je goed of slecht hebt geleefd. Was je goed, dan gaat de poort naar de hemel open. Was je slecht, dan ga je naar de hel.
Nu ben ik weliswaar christelijk opgevoed, maar ook wel erg beïnvloed door mijn opleiding tot yogadocent. Ik probeer uit te leggen dat ik geloof dat het Gods bedoeling is dat iedereen, die nog niet goed is, de kans moet krijgen het te worden. God heeft geduld; Hij heeft de eeuwigheid. En ik heb moeite met de simpele zwart/witheid van goed versus slecht. Goede mensen vervallen soms in slecht gedrag, en wie bepaalt of dat een bewuste keuze is? En of ze anders konden? Volgens mij, vertel ik, moeten mensen gaan begrijpen dat God van ze houdt. En zelf van God gaan houden. Dat is mijn korte en simplistische manier om het begrip "verlichting" uit te leggen. Maar het concept van een God die liefde is, lijkt helemaal niet aan te komen.
Al pratende worden we het wel eens over een ding: Als God in staat is tot een wonder als het tot leven wekken van een duizend jaar oud gebeente, dan zal dat ook wel lukken met een bergje as. En zo is er voor ons allemaal nog hoop. En staat er aan het eind van de leestekst over iets heel anders, het volgende rijtje woorden op het bord:
Begrafenis
Crematie
Uitvaart
Reïncarnatie
Engelen
Hemel en hel.

vrijdag 16 mei 2008

Lachen

Lachen

Nadia is een mooie vrouw om te zien, ook zonder opsmuk. En zonder hoofddoek, wat haar een uitzondering maakt tussen de andere Marokkaanse dames in de groep. Ze begint een paar weken na de anderen in de groep mee te doen, dus doe ik weer een voorstelrondje.
Iemand wil weten hoe oud ze is. “Dat vertel ik niet”, zegt ze lachend, “want jullie geloven het toch niet”. In haar dossier zie ik haar geboortedatum, en reken uit dat ze 52 is. Ze ziet er minstens 10 jaar jonger uit, en dat ondanks alles wat ze heeft meegemaakt. Want dat hoor ik in de pauze van haar: behalve de emigratie op haar zestiende ook nog een slecht huwelijk, een echtscheiding en een kind dat op jonge leeftijd overleed.
Ze lijkt er een enorm invoelend vermogen aan overgehouden te hebben. Dat merk ik al snel aan de manier waarop ze feilloos door lijkt te hebben wie behoefte heeft aan wat voor aandacht in de groep. Als docent registreer ik die dingen wel, maar ik kan er niet altijd iets mee door de positie waarin ik verkeer.
Maar Nadia gaat, als ik een groepsfoto wil maken, tussen twee vriendinnen in staan die uit een ander land afkomstig zijn en uit verlegenheid altijd erg bij elkaar klitten. Ze legt een vriendschappelijke arm om beider schouders. Op de uiteindelijke foto zie ik Nadia stralend lachen tussen twee onwennig lachende dames in.
Een paar weken daarna hebben we een uitstapje. Met z’n allen in de tram. Gelukkig is het mooi weer, want Farah is zeer slecht ter been en de wandeling van het buurtcentrum naar de tramhalte is voor haar al een hele onderneming. Het is Nadia die samen met mij haar bij elke straathoek weer opwacht en aanspoort.
Op de terugweg in de tram gaat Nadia naast Ilhame zitten. Ilhame heeft een poos in Franstalig België gewoond en daar aan de universiteit gestudeerd. Ze heeft er wat damesachtige gewoontes en opvattingen aan overgehouden, en denkt veel moderner dan de meeste van haar landgenoten. Behalve dat is ze erg verlegen. Ze vervalt veelvuldig in het Frans, ik had haar natuurlijk nooit moeten vertellen dat ik die taal versta. Als de anderen voluit lachen om een grapje, doet zij dat achter haar hand met een blos op haar wangen. Spreken in de klas doet ze wel, maar heel zachtjes, zodat het vaak dreigt te ontaarden in een dialoog tussen haar en mij, waarbij de rest van de klas uiteraard weer de kans schoon ziet om in hun eerste taal verder te discussiëren. Dan zet ik alle zeilen bij om te zorgen dat iedereen naar haar luistert.
Nadia en Ilhame, het is een verrassende combinatie. Nadia is warm en spontaan. Ze lijkt door het pantser van Ilhame heen te willen prikken. Ze zitten dicht tegen elkaar aan en ze lachen.
“Wat is de grap?”, wil ik natuurlijk weten.
“Ik vertel moppen”, zegt Nadia. “Over de S………(? Wie het weet mag het zeggen) Dat is een bevolkingsgroep in Marokko. Ze zijn heel rijk en heel gierig. Een echtpaar was eens in een heel grote supermarkt aan het winkelen, toen de vrouw zei: “Ik zou wel een Danoontje lusten”.
Maar de man wilde het haar niet geven, dus zei hij: “Maar de winkels zijn dicht!”.
Ik moet haar vreemd hebben aangekeken want Nadia vroeg: “Snap je hem? Ze waren in de winkel maar hij zei: de winkels zijn dicht!”.
Ik kan er een vage grijns voor opbrengen.

(Humor is cultureel bepaald, dat merkte ik ook toen ik onlangs een raadsel “uit mijn tijd” vertelde aan mijn 19 jarige zoon:
“Wat is het verschil tussen een dood vogeltje?”
“??????????”
“Zijn ene pootje is even lang!”
Zoonlief had er niks mee en vroeg me, wat we indertijd rookten, dat ik dat zo grappig vond.)

Nu vind het wel tijd voor een Belgenmop, omdat Ilhame tenslotte in België heeft gewoond.
“Je weet toch dat wij moppen vertellen over Belgen: dat ze dom zouden zijn en dol op patat friet? Nou: Hoe krijg je een Belg gek?”
“Kweet niet”, zegt Nadia. (Ze heeft zowaar een Amsterdams accent, zo lang verkeert ze al met Amsterdammers.)
“Zet hem in een ronde kamer en vertel hem dat in één van de hoeken een bord patat staat.”
Nu is het Nadia’s beurt om mij met ogen als schoteltjes aan te kijken.
“Maar die kamer is toch rond?“
” Ja, daarom werd hij juist gek!”
Nu begrijpt ze de mop en vertelt hem in het Arabisch aan Ilhame, die even later ook zit te hikken van het lachen.
Nog ééntje dan, voor de juiste morele balans:
“En wist je dat Belgen moppen vertellen over Nederlanders? Dat wij zo gierig zijn? Dus: Hoe kan je vanuit een vliegtuig zien dat je boven Nederland vliegt?”
“Kweet niet?”
“Daar hangt het toiletpapier buiten aan de waslijn.”
Terwijl we uit de tram stappen, vertelt Nadia hem weer in het Arabisch door aan Ilhame. Humor over schraperige bevolkingsgroepen lijkt wel universeel, want ze giechelen samen als schoolmeisjes. Zou Nadia Ilhame een beetje losser kunnen maken? En moet moppen vertellen geen onderdeel worden van het inburgeringsexamen?

donderdag 1 mei 2008

Als Suikerfeest en Thanksgiving op één dag vallen

Als Suikerfeest en Thanksgiving op één dag vallen

Van de week zat ik in het buurthuis waar ik les geef, in de pauze aan de bar met een jonge Turkse cursiste. Ze wees me op een man verderop aan de bar. “Wat heeft hij aan zijn handen?” vroeg Sevgi. Ik keek. Grote knobbels op zijn gewrichten, zijn handen stijf en vergroeid.
“Reuma, denk ik,” antwoordde ik.
Tegelijk met Sevgi keek ik naar onze gezonde handen. We keken elkaar aan, en toen keken we tegelijk naar boven. “Gezondheid is iets om dankbaar voor te zijn,” zei ik. Daar was ze het wel mee eens.

Er wordt veel gezeurd en geklaagd in Nederland. Ook op feestdagen. De commercie heeft de Christelijke feestdagen van zijn betekenis ontdaan.
Kerst is een eetfeest geworden.
Sinterklaas gaat over cadeautjes.
Sint Maarten gaat over snoep.
Pasen, waar gaat dat ook al weer over? Chocola eten?
En Pinksteren? Weet helemaal niemand meer.
Eind 2006 bedacht het CNV daarom dat het een goed idee zou zijn om tweede pinksterdag af te schaffen en dan een vrije dag te maken van het islamitische Suikerfeest. Ik ben helemaal voor. Helaas is er weinig draagvlak voor: We laten “ons” feest niet inpikken door “hun” feest! Nu loop ik al een paar jaar rond met het idee dat het jammer is dat we in Nederland niet zoiets kennen als Thanksgiving. In oude agenda’s stond nog wel eens: “dankdag voor het gewas”, ergens in het najaar, maar ik heb nog nooit gehoord van iemand die dat vierde.
In deze tijden van Wildersfilms en andere verschijnselen van polarisatie denk ik dat Suikerfeest Nationale Dankdag moet worden, en dan van ons allemaal. De tijd is rijp.

Om dit te lanceren heb ik ook nog wel een idee:
Zet wat bekende Nederlanders in een studio. Ze mogen om de beurt voor de camera vertellen waar ze dankbaar voor zijn.
Afwisselen met straatinterviews: onbekende Nederlanders. Autochtonen, allochtonen, jong en oud, gezond en gehandicapt, kinderen, toeristen. Christenen, Moslims, Boeddhisten, Hare Krishna’s. Misschien een priester en een imam.
Ze mogen nadrukkelijk geen dingen zeggen als: “Ik wil effe mijn buurvrouw bedanken dat ze altijd op mijn kinderen past als ik naar de sportschool ga. Annie, dankjewel!”
Ik heb het over een onpersoonlijk soort dankbaarheid, waar mensen naar keuze een religieuze invulling aan kunnen geven.
Muziekjes en optredens er tussendoor. Alsjeblieft geen cadeautjes, geen vreetfestijn, geen wedstrijdelement.

En als we dat nou voortaan vieren op de dag van het Suikerfeest, is het niet één keer per jaar intercultureel feest, maar wel een keer in de elf - en - een - halve maand!

Mijn klas is in elk geval ook helemaal voor. Hoeven ze ook geen vrij meer te vragen van een onwillige schooldirecteur, terwijl hun Nederlandse vriendjes allemaal wel naar school moeten.
“ Is Suikerfeest wel een Dankjewelfeest?”, vroeg ik nog.
Jazeker, knikten ze allemaal.

Waar wachten we nog op? Ik ga alvast oefenen met mijn klas:
“Waar ben jij dankbaar voor?”