Lachen
Nadia is een mooie vrouw om te zien, ook zonder opsmuk. En zonder hoofddoek, wat haar een uitzondering maakt tussen de andere Marokkaanse dames in de groep. Ze begint een paar weken na de anderen in de groep mee te doen, dus doe ik weer een voorstelrondje.
Iemand wil weten hoe oud ze is. “Dat vertel ik niet”, zegt ze lachend, “want jullie geloven het toch niet”. In haar dossier zie ik haar geboortedatum, en reken uit dat ze 52 is. Ze ziet er minstens 10 jaar jonger uit, en dat ondanks alles wat ze heeft meegemaakt. Want dat hoor ik in de pauze van haar: behalve de emigratie op haar zestiende ook nog een slecht huwelijk, een echtscheiding en een kind dat op jonge leeftijd overleed.
Ze lijkt er een enorm invoelend vermogen aan overgehouden te hebben. Dat merk ik al snel aan de manier waarop ze feilloos door lijkt te hebben wie behoefte heeft aan wat voor aandacht in de groep. Als docent registreer ik die dingen wel, maar ik kan er niet altijd iets mee door de positie waarin ik verkeer.
Maar Nadia gaat, als ik een groepsfoto wil maken, tussen twee vriendinnen in staan die uit een ander land afkomstig zijn en uit verlegenheid altijd erg bij elkaar klitten. Ze legt een vriendschappelijke arm om beider schouders. Op de uiteindelijke foto zie ik Nadia stralend lachen tussen twee onwennig lachende dames in.
Een paar weken daarna hebben we een uitstapje. Met z’n allen in de tram. Gelukkig is het mooi weer, want Farah is zeer slecht ter been en de wandeling van het buurtcentrum naar de tramhalte is voor haar al een hele onderneming. Het is Nadia die samen met mij haar bij elke straathoek weer opwacht en aanspoort.
Op de terugweg in de tram gaat Nadia naast Ilhame zitten. Ilhame heeft een poos in Franstalig België gewoond en daar aan de universiteit gestudeerd. Ze heeft er wat damesachtige gewoontes en opvattingen aan overgehouden, en denkt veel moderner dan de meeste van haar landgenoten. Behalve dat is ze erg verlegen. Ze vervalt veelvuldig in het Frans, ik had haar natuurlijk nooit moeten vertellen dat ik die taal versta. Als de anderen voluit lachen om een grapje, doet zij dat achter haar hand met een blos op haar wangen. Spreken in de klas doet ze wel, maar heel zachtjes, zodat het vaak dreigt te ontaarden in een dialoog tussen haar en mij, waarbij de rest van de klas uiteraard weer de kans schoon ziet om in hun eerste taal verder te discussiëren. Dan zet ik alle zeilen bij om te zorgen dat iedereen naar haar luistert.
Nadia en Ilhame, het is een verrassende combinatie. Nadia is warm en spontaan. Ze lijkt door het pantser van Ilhame heen te willen prikken. Ze zitten dicht tegen elkaar aan en ze lachen.
“Wat is de grap?”, wil ik natuurlijk weten.
“Ik vertel moppen”, zegt Nadia. “Over de S………(? Wie het weet mag het zeggen) Dat is een bevolkingsgroep in Marokko. Ze zijn heel rijk en heel gierig. Een echtpaar was eens in een heel grote supermarkt aan het winkelen, toen de vrouw zei: “Ik zou wel een Danoontje lusten”.
Maar de man wilde het haar niet geven, dus zei hij: “Maar de winkels zijn dicht!”.
Ik moet haar vreemd hebben aangekeken want Nadia vroeg: “Snap je hem? Ze waren in de winkel maar hij zei: de winkels zijn dicht!”.
Ik kan er een vage grijns voor opbrengen.
(Humor is cultureel bepaald, dat merkte ik ook toen ik onlangs een raadsel “uit mijn tijd” vertelde aan mijn 19 jarige zoon:
“Wat is het verschil tussen een dood vogeltje?”
“??????????”
“Zijn ene pootje is even lang!”
Zoonlief had er niks mee en vroeg me, wat we indertijd rookten, dat ik dat zo grappig vond.)
Nu vind het wel tijd voor een Belgenmop, omdat Ilhame tenslotte in België heeft gewoond.
“Je weet toch dat wij moppen vertellen over Belgen: dat ze dom zouden zijn en dol op patat friet? Nou: Hoe krijg je een Belg gek?”
“Kweet niet”, zegt Nadia. (Ze heeft zowaar een Amsterdams accent, zo lang verkeert ze al met Amsterdammers.)
“Zet hem in een ronde kamer en vertel hem dat in één van de hoeken een bord patat staat.”
Nu is het Nadia’s beurt om mij met ogen als schoteltjes aan te kijken.
“Maar die kamer is toch rond?“
” Ja, daarom werd hij juist gek!”
Nu begrijpt ze de mop en vertelt hem in het Arabisch aan Ilhame, die even later ook zit te hikken van het lachen.
Nog ééntje dan, voor de juiste morele balans:
“En wist je dat Belgen moppen vertellen over Nederlanders? Dat wij zo gierig zijn? Dus: Hoe kan je vanuit een vliegtuig zien dat je boven Nederland vliegt?”
“Kweet niet?”
“Daar hangt het toiletpapier buiten aan de waslijn.”
Terwijl we uit de tram stappen, vertelt Nadia hem weer in het Arabisch door aan Ilhame. Humor over schraperige bevolkingsgroepen lijkt wel universeel, want ze giechelen samen als schoolmeisjes. Zou Nadia Ilhame een beetje losser kunnen maken? En moet moppen vertellen geen onderdeel worden van het inburgeringsexamen?
vrijdag 16 mei 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten