vrijdag 21 juni 2013

donderdag 20 juni 2013

goed nieuws en slecht nieuws

Het is de derde week dat ik binnenloop in wat nu een vluchtkantoor is geworden. Nu is er wel iets van de grond gekomen, gelukkig!
Bij binnenkomst word ik begroet door een meneer die me vraagt wat ik kom doen. Na mijn uitleg wijst hij op een grote foto in de hal van een van de voormalige Vluchtkerk- bewoners. "Maar vandaag is zijn begrafenis," zegt hij. Er staan bossen bloemen voor de foto en de aankondiging van zijn overlijden en de tijd van de uitvaart: vanmiddag om 3 uur. Jean-Paul heette hij.
Na dit trieste nieuws loop ik toch maar naar boven. Onderweg kom ik veel bedrukte gezichten tegen, en een man in een priestergewaad. Op de beletage gelukkig niet de enorme hoeveelheden brood en voedselresten zoals de vorige keer. Op de website www.vluchtkerk.nl staat ook nog steeds een oproep om maaltijden te brengen. Lastig te coordineren natuurlijk, om niet de ene dag teveel en de andere dag te weinig te hebben. Ik mis er toch al een centraal aanspreekpunt, maar begrijp dat dat lastig is. Gelukkig ook weet ik nu de website te vinden! ik bleef maar zoeken op vlluchtelingen, amsterdam, enzo. Via de site heb ik nu dan ook contact gelegd met hopelijk iemand die me op de hoogte kan houden
Op de eerste verdieping tref ik mijn contactpersoon, Thomas, aan met 2 willige cursisten. Ik krijg thee en pak mijn whiteboard erbij. Ik begin maar gewoon met wat zinnetjes: mijn naam is Ineke, wat is jouw naam? Waar kom je vandaan? Ik kom uit..... Je eigen naam spellen in het Nederlands (dus de H geen asj noemen of eetsj) lijkt me ook belangrijk.
Al snel voegen zich nog wat mannen en een vrouw zich bij mijn klasje. Af en toe steekt iemand een sigaret op, gelukkig staat het raam open. Af en toe loopt er iemand weg, af en toe komt er iemand bij.
Ik leg het verschil uit tussen formele en informele aanspreekvormen: u, goedemorgen, meneer en mevrouw versus hoi, doei, jij en voornamen.
Dan nog wat getallen, en vragen naar geboortedatum en -plaats.
Eigenlijk is de aandacht na een uurtje wel op. Mensen beginnen op te staan. Er komt nog een Nederlandse vrouw bij zitten die zegt, iedereen te kennen; ze komt hier een paar keer per week. Ik sluit af en beloof, de volgende week weer te komen.
Het is improviseren , met een bank en losse stoelen rond een salontafel. Gelukkig had ik zelf pennen en schriften meegenomen. Ik hoop dat de schriften volgende week nog te vinden zijn. En de cursisten.....
Onderweg naar beneden kom ik een psycholoog tegen, die een poule aan het opstellen is met anderen, om 3 keer per week langs te komen voor spreekuur. En een kunstenares met een sjoelbak.
Kortom, veel goede wil vanuit de omgeving.
Helaas is er nog altijd geen douche. Sommigen douchen nu toch bij de moskee aan de overkant van het plein, heb ik begrepen. Ik denk telkens maar aan de vrouwen, die er wonen. Onderweg naar huis kom ik nog langs Nisa4Nisa, waar ik onlangs een taalles heb gegeven als invaller. Ik besluit even binnen te lopen om de multi-inzetbare Fatima te vragen of zij raad weet. Ze weet inderdaad nog wel handige mannen, en met geld is misschien ook wel iets te regelen.
Maar eerst wacht ik morgen af, dan wordt bekend of de vluchtelingen in het kantoor kunnen blijven.

Wordt vervolgd........


zaterdag 15 juni 2013

Vluchtelingen

Vorige week donderdag zou ik dan eindelijk beginnen met een les Nederlands aan een groep vluchtelingen in het kantoorgebouw aan de Jan Tooropstraat. Ik was er al drie keer geweest om het te organiseren en dacht dat, door te hebben gesproken met een van de coördinatoren  het allemaal georganiseerd zou zijn: hij zou het bespreken met de andere coördinatoren  en er zou om 10 uur een gemotiveerd groepje mensen zitten. Niet alleen mannen alstublieft? En niet alleen uit uw land? Ja hoor, zou in orde komen.

Nou ja, helmaal naïef ben ik natuurlijk niet, en ik kan me ook voorstellen dat als je uitgeprocedeerd bent, en dus illegaal...... en vervolgens een paar maanden in een tentenkamp hebt geslapen..... en vervolgens een paar maanden in een kerk..... dat je hoofd niet helemaal staat naar organiseren en Nederlands leren.

Het gebouw is een oud kantoorgebouw, met enkel glas en stukke plafonds. Ik weet dat het er in de zomer erg warm en benauwd wordt, en in de winter valt er niet tegenop te stoken. Ik weet dat, omdat ik er zelf gewerkt heb. Als taaldocent, voor wat toen nog Prins & Heida heette. Ik weet ook dat er toen al gelazer was met de waterdruk, te weinig toiletten. En echt geen douche.

Er is inmiddels geregeld dat de bewoners kunnen douchen: 2 kilometer verderop, richting binnenstad. In de hal hangen daar aankondigingen van: in 3 talen staan tijden en adres vermeld van het badhuis dat nog dienst doet in de stad. Aan iemand die rondloopt vraag ik, waar mijn contactpersoon is? Boven, zegt hij, staand in de vuile hal.
Op de tussenverdieping is een kamer met voedsel. Ik loop naar binnen. Het stinkt niet, maar wat een bende. Het meeste voedsel staat daar open en bloot; rijst en groente in bakken, soep in twee pannen. Brood, vuilniszakken vol.
Ik loop door naar boven, en loop langs diverse kamers. Sommige zijn afgesloten met een deur, andere met een provisorisch gordijn. Het ruikt overal naar het vuile toilet op de begane grond. Ook is er een toilet met een plafond dat naar beneden is gekomen. Ik vraag me af waarom niemand op het idee komt om dat schoon te maken. Eenmaal boven vraag nog eens iemand. Kamer 1, zegt die. Kamer 1 is dicht. Ik ga dus echt niet aankloppen bij een slaapkamer van Afrikaanse mannen.

Ik besluit maar even te gaan zitten wachten op een stoel in de hal op de eerste verdieping. Daar stond vroeger het bureau van de receptioniste. Nu staat er een provisorische zithoek. Er ligt een jonge man op de bank, me slaperig aan te kijken. Of is hij stoned? voor hem op tafel liggen filters, tipjes, plastic zakjes. Ik ga zitten op een van de stoelen. Goeiemorgen, zeg ik. Hij groet me terug. Hij heeft een heel brutale blik in zijn ogen. Hij gaat rechtop zitten en veegt de filters van tafel. Dat is niet van mij, hoor, zegt hij in bijna vlekkeloos Nederlands. Ik geloof hem niet meteen. Je kijkt anders wel stoned uit je ogen, zeg ik. Nee, zegt hij, niet stoned, slaperig. Hij heeft de hele nacht niet geslapen.
We raken in gesprek. Hij woont niet hier, vertelt hij, maar in den Haag in een soortgelijke setting. Ook uitgeprocedeerd. Al 7 jaar in Nederland. Waar leef je van,vraag ik. Hij doet klusjes, gaat waar de wind hem brengt en eet wat hem voor de mond komt. Hij is hier om te proberen, de Den Haag groep en de Amsterdam groep te laten samenwerken. Een politieke vuist maken. Hij heeft al door dat de mensen hier alleen maar willen schreeuwen en demonstreren, maar hij heeft andere plannen: via de pers en de politiek.  Het is een absoluut slimme heldere gozer. Ik vertel hem wat ik kom doen.  Hij gaat op zoek naar mijn contactpersoon, maar die is gaan douchen. Twee kilometer verderop dus. Het enige dat ik nodig heb is een whiteboard en een groepje mensen die iets willen leren, zeg ik. Niet opgeven, zegt hij.

Hij neemt me mee naar de kamer waar het eten staat. Samen verbazen we ons over de zwijnenstal die het daar is. Het wachten is op de ratten, dat zijn we meteen met elkaar eens. Hij weet hier wel een whiteboard te staan. En jawel, er zij er twee. Beide beschreven met permanent marker. Zucht. De ene laat ik, er staat een beginnend schema op voor een schoonmaakrooster . De andere moet een vergissing geweest zijn van een vroegere collega van me, er staan werkwoordsvormen op.

Je kunt dit er wel af krijgen, vertel ik hem. Met water en zeep. Ik ga op zoek naar toiletpapier, maar hij weet al dat dat in het hele pand niet voorhanden is. Dat gebruiken ze niet, zegt hij. Ohja, denk ik -flessen water op de toiletten. Hij graait in een van de voorraadbakken die er staan. Dit is een bak met tampons, maandverband en zelfs Tenaslips (waarschijnlijk geen overbodige luxe als er besneden vrouwen huizen). Hij pakt een van de maandverbanden en begint met water en zeep het whiteboard schoon te poetsen. Ik ga gezellig meedoen. Intussen hoor ik mijn nieuwe vriend uit. We raden elkaars leeftijd (hij is 30, in 1 keer goed! Hij houdt mijn leeftijd heel complimenteus op 42) en elkaars sterrenbeeld. Hoe is hij hier gekomen, vraag ik hem. Drie dagen in zee, zegt hij. Dat verhaal blijft wat vaag, en komt niet helemaal af. Ik begrijp dat hij daar liever niet uitgebreid bij stilstaat, er zijn veel mensen omgekomen bij deze vluchtpoging. Een boot zo groot als deze tafels, wijst hij, met 25 mensen erin.
Een kwartier poetsen later is het bord schoon.
Hij helpt me ook nog met het maken van een aankondigingsposter in drie talen: Nederlands leren, Dutch classes, Apprener Neerlandais, en de dag en tijd erbij voor volgende week. Niet opgeven, zegt hij nog een keer. Hij wil het ook nog wel in het Arabisch en Somalisch eronder zien te krijgen.
We praten ook nog over het bericht in het Parool, dat sommige van de vluchtelingen een deel van hun 225 euro naar de rosse buurt gebracht zouden hebben. Ach ja, wat kunnen ze  er anders mee. Hij haalt zijn schouders erover op. Ik vind die berichtgeving nogal jammer.

 Intussen is mijn contactpersoon gearriveerd. Ik herken hem niet meteen, heb in de drie keer dat ik er geweest ben een beetje te veel mensen de hand geschud.
Wanneer wil je beginnen, vraagt hij. Een uur geleden, zeg ik. Donderdag is morgen toch, vraagt hij. Nee hoor, nu is donderdag. Hij wijst op een jongen die er ook zit. Die moet ook Nederlands leren, zegt hij. Als hij kan lezen en schrijven kan ik beginnen, zeg ik. Volgende week.
Hij biedt me nog thee of koffie aan, maar die hebben mijn jonge vriend en ik al gekregen van een attente dame. Als hij ervoor kan zorgen dat mijn aankondigingsposter komt te hangen waar ik hem wil, en mensen ronselt voor de les, volgende week, dan ben ik allang blij. We nemen afscheid.

Terug beneden in de kamer met het voedsel is mijn jonge vriend bezig twee zware pannen met soep leeg te gooien en weg te brengen. Een Turkse vrouw uit de buurt vertelt dat ze samen met andere vrouwen elke dag twee pannen brengt, die ze koken in hun eigen huizen in de buurt. Elke dag een ander huis. Misschien vandaag iets minder maken, suggereer ik. Zo zonde om zo veel eten weg te gooien. Wel een mooi initiatief. Ik had me al afgevraagd of er geen hulp was gekomen vanuit de moskee waar de bewoners ook heen gaan, aan de andere kant van het plein.

Wordt vervolgd.