Altijd leuk om te vertellen dat je lessen inburgering geeft.
Veel mensen lezen in de kranten dat "het een chaos is", maar hoe dat komt en of daar niks aan te doen is, willen ze dan weten.
Ik zal proberen om het hier uit te leggen.
Een paar jaar geleden besloot Rita Verdonk, in haar eindeloze wijsheid, dat niet alleen nieuwkomers, maar ook oudkomers moesten inburgeren. "Goed idee", ik hoor het je denken. Maar bedenk dan even dat het hier soms ook gaat om mensen die oud, ziek en zwak zijn. Die - misschien door een verleden in een land van herkomst dat in oorlog was - getraumatiseerd kunnen zijn. Die misschien al jaren in Nederland werken, soms al 30 jaar, en zich uitstekend behelpen met het Nederlands dat ze op het werk geleerd hebben. Of die als huisvrouw al 30 jaar binnen zitten en niet verder komen dan de markt en de moskee.
Sommigen komen op les als analfabeet, anderen zijn redelijk of zelfs hoog opgeleid in het land van herkomst. Er zijn dus flinke niveauverschillen, evenals culturele verschillen. Sjiieten en Soennieten bij elkaar in een klas. Joden en moslims bij elkaar in een klas. Kopten en Hindoes, boeddhisten en christenen. Inburgering als de grote gelijkmaker.
Vervolgens besloot de gemeente Amsterdam, in haar oneindige wijsheid, om in zee te gaan met niet 1 taalaanbieder, niet 2, niet 3, maar..... 39! U leest het goed, negen en dertig taalbureaus willen hier een graantje meepikken van de subsidies.
Om als inburgeraar terecht te komen bij één van die taalscholen, moet je eerst getoetst worden. Het toetsen is nogal langzaam op gang gekomen. In de praktijk zie ik het wel eens gebeuren, soms door taaldocenten, soms door werkstudenten die er een korte cursus voor gevolgd hebben. Ik sprak er een keer eentje, die me vertelde dat er per dag in principe 5 mensen worden opgeroepen. Soms komen die alle 5, maar het komt ook voor dat er maar 2 komen opdagen. De anderen hebben de brief niet gekregen, niet begrepen, of ze zijn ziek, of ze werken.
Vervolgens moet er een rapport worden geschreven. Dit heet een trajectadvies.
Hierin staat het startniveau en het streefniveau vermeld.
Nu krijgen die 39 taalaanbieders natuurlijk deze dossiers toegestuurd, met al die verschillende niveaus en achtergronden. Uit verschillende delen van de stad. Er zijn mensen die overdag werken en dus alleen 's avonds kunnen. Er zijn ook moeders met schoolgaande kinderen, die kunnen weer alleen overdag.
Zo moet je als taalaanbieder selecteren op beschikbare dagdelen én op postcode, want men heeft recht op een cursus in de buurt. Helaas houdt dat voor veel groepen in, dat er niet meer geselecteerd kan worden op niveau, want anders houd je groepen over van 2 à 5 personen. Daar kan de schoorsteen niet van roken.
(Nog een vreemd tipje van de sluier: de taalaanbieders betalen alles, totdat de cursist minstens 80 % van de lessen aanwezig is geweest. En keert de gemeente dan het hele bedrag uit voor die cursist? Nee, nog maar 30 %. Een ander deel komt als de inburgeraar examen doet, en het laatste deel pas als hij of zij geslaagd is.)
In de praktijk zitten dus veel docenten met zeer gemengde groepen, analfabeten bij snelle leerders, en goede sprekers bij mensen die nog niet verder komen dan zinnen van 1 of 2 woorden. Behalve dat, wordt de groep af en toe aangevuld met nieuwe cursisten. De eenheid in zo'n groep, het groepsgevoel, is dan ver te zoeken.
Veel taalaanbieders werken met gehuurde ruimtes in scholen, buurtcentra, leegstaande kantoren etc. In sommige lokalen moet ik elke keer opnieuw achter een whiteboard aan. Ik heb gezeten in lokalen waar geen raam open kon. Op locaties zonder kopieermachine. Het standaardlokaal heeft geen computers.
Verder worden ook de zieken, zwakken en (bijna-)bejaarden opgeroepen. Getraumatiseerde vluchtelingen. Zwangeren met 3 kleine kinderen. Met als gevolg een enorm verzuimprobleem.
In één van mijn groepen staan er 22 namen op de lijst, waarvan ik wekelijks de presentie moet bijhouden. Ik ken er ongeveer 12 van, de overige 10 zijn nooit geweest. Er zijn 5 uitvallers, zodat de vaste kern nu bestaat uit 7 mensen.
Er zijn ook dingen die ik niet kan verklaren.
Bijvoorbeeld: tijdens de les zetten de cursisten een handtekening op een individuele presentielijst. Aan het eind van de week verstuur ik die naar het kantoor van de taalaanbieder. Maar die wil ook, dat ik via het Internet in een systeem de presentie invoer. En evengoed komt er dan nog af en toe iemand van het kantoor langs op de groep om "de presentie door te nemen".
De lezer zal begrijpen dat het hier gaat om een hoeveelheid overheadkosten die niet nodig zouden zijn als er in de stad, per stadsdeel bijvoorbeeld, een open leercentrum zou zijn. Met een centrale verzuim- en presentieregistratie. Met computers in elk lokaal. Met zoveel groepen, dat er weer op niveau geselecteerd en adequaat begeleid kan worden. Het is namelijk niet leuk voor een analfabeet om in één groep te zitten met mensen die in één jaar door de lesstof vliegen die zij nooit zullen kunnen beheersen. En de snellen worden hier natuurlijk ook door afgeleid.
Ik kan niet anders dan hopen, dat er iemand bezig is om dat systeem binnen een paar jaar voor elkaar te krijgen. Ik ben niet het type mens dat op het binnenhof een "politieke vuist gaat maken", zoals me afgelopen week gesuggereerd werd door een hoogleraar op het gebied van onderwijs.
En als dan alle oudkomers eindelijk ingeburgerd zijn, dan weet ik nog wel wat werkverschaffing voor de taaldocenten: de Polen en andere Europeanen, en de Engelstalige 'expats' die nu tot niets verplicht zijn ook verplichten, in te burgeren. Want waarom zouden die niet hoeven?
dinsdag 10 februari 2009
dinsdag 3 februari 2009
Van de grondwet naar kunstmatige inseminatie......
Vandaag hebben we het over democratie en de grondwet. Ik leg in dat verband altijd uit dat ‘wet nummer één in Nederland’ inhoudt, dat iedereen voor de wet gelijk is:
“Of je nou rijk bent of arm,
Man of vrouw,
Nederlander of buitenlander,
Zwart, bruin of wit,
Oud of jong,
Moslim, Christen, Joods, Hindoe, Boeddhist of ongelovig………”
Tot hiertoe wordt er nog welwillend gekeken en geknikt, hoewel ‘ongelovig’ een hardere dobber is dan welk geloof ook. Ik laat mijn laatste troef op tafel vallen:
“……………..heterofiel of homofiel.”
Dan ontstaat er meestal wat gegiechel en gemompel. Ik leg uit, dat uit deze gelijkheid logisch voortvloeit, dat in Nederland het homohuwelijk wordt erkend en ook kan worden gesloten. En dat ik een nicht heb die getrouwd is met een vrouw, en dat ze samen een zoontje hebben.
Soeni, een Aziatische die getrouwd is met een Nederlandse man, vertelt dat haar schoonzus ook getrouwd is met een vrouw. “En ze hebben samen twee kinderen. De één heeft een dochter en de ander heeft een zoon,” vertelt ze blij. Nichtje en neefje zijn dol op haar, en zij op hen.
Een Marokkaanse vrouw vraagt hardop wat ik de anderen hoor denken:
“Hebben ze dan met een man geslapen? Met dezelfde man?”
“Nee,” zegt Soeni, en vertelt hoe dat ging, want zij heeft zich natuurlijk laten voorlichten. “In het ziekenhuis. Met een man die in een andere kamer ging. Hij deed zijn spul (ze maakt hier een gebaar bij…..) in een glas. Dat gaf hij aan de dokter. De dokter deed het in mijn schoonzus. Toen was ze zwanger.”
“Maar als twee mannen trouwen kan dat niet,” merkt iemand op.
Soeni heeft een klok horen luiden.
“Ik heb gehoord, kan je een kind ook in een glaasje maken, ja toch?”
Misschien wordt het tijd om te stoppen, me te verbazen over de onwetendheid van sommige vrouwen. Draagmoederschap uitleggen in de resterende 10 minuten? Terwijl sommigen hun tas al inpakken? Mwah.
“Ja, nee, lang verhaal,” zeg ik. “Volgende week vertel ik het, okee?”
Dan vertel ik meteen over sterilisatie, geslachtsziekten, voorbehoedmiddelen en IVF.
Het zal niet de eerste keer zijn dat ik seksuele voorlichting geef aan een groep volwassen vrouwen met kinderen.
“Of je nou rijk bent of arm,
Man of vrouw,
Nederlander of buitenlander,
Zwart, bruin of wit,
Oud of jong,
Moslim, Christen, Joods, Hindoe, Boeddhist of ongelovig………”
Tot hiertoe wordt er nog welwillend gekeken en geknikt, hoewel ‘ongelovig’ een hardere dobber is dan welk geloof ook. Ik laat mijn laatste troef op tafel vallen:
“……………..heterofiel of homofiel.”
Dan ontstaat er meestal wat gegiechel en gemompel. Ik leg uit, dat uit deze gelijkheid logisch voortvloeit, dat in Nederland het homohuwelijk wordt erkend en ook kan worden gesloten. En dat ik een nicht heb die getrouwd is met een vrouw, en dat ze samen een zoontje hebben.
Soeni, een Aziatische die getrouwd is met een Nederlandse man, vertelt dat haar schoonzus ook getrouwd is met een vrouw. “En ze hebben samen twee kinderen. De één heeft een dochter en de ander heeft een zoon,” vertelt ze blij. Nichtje en neefje zijn dol op haar, en zij op hen.
Een Marokkaanse vrouw vraagt hardop wat ik de anderen hoor denken:
“Hebben ze dan met een man geslapen? Met dezelfde man?”
“Nee,” zegt Soeni, en vertelt hoe dat ging, want zij heeft zich natuurlijk laten voorlichten. “In het ziekenhuis. Met een man die in een andere kamer ging. Hij deed zijn spul (ze maakt hier een gebaar bij…..) in een glas. Dat gaf hij aan de dokter. De dokter deed het in mijn schoonzus. Toen was ze zwanger.”
“Maar als twee mannen trouwen kan dat niet,” merkt iemand op.
Soeni heeft een klok horen luiden.
“Ik heb gehoord, kan je een kind ook in een glaasje maken, ja toch?”
Misschien wordt het tijd om te stoppen, me te verbazen over de onwetendheid van sommige vrouwen. Draagmoederschap uitleggen in de resterende 10 minuten? Terwijl sommigen hun tas al inpakken? Mwah.
“Ja, nee, lang verhaal,” zeg ik. “Volgende week vertel ik het, okee?”
Dan vertel ik meteen over sterilisatie, geslachtsziekten, voorbehoedmiddelen en IVF.
Het zal niet de eerste keer zijn dat ik seksuele voorlichting geef aan een groep volwassen vrouwen met kinderen.
Abonneren op:
Posts (Atom)